Walking with Rumi

Portret van een bedevaart: 800 kilometer te voet van Istanbul naar Konya

 

Veel mensen die ik ontmoette waren nieuwsgierig waar ik, alleen en te voet, naar onderweg was en waarom. Dat iemand van Istanbul naar Konya loopt roept veel verbazing en bewondering op. Ik vertel over mijn pelgrimage naar de tombe van Rumi en als het gesprek zich ontwikkelde reikte ik hun een hand met kaartjes aan, met citaten van Rumi - in zowel Engels als Turks - en vroeg hun er een uit te kiezen. Het gekozen citaat mochten ze houden. Nadien maakte ik een portretfoto met hun kaartje. Bij deze foto beschreef ik het hoe en wat van onze ontmoeting. Deze publiceerde ik op Instagram. De geportretteerden konden zichzelf zo terug zien, maar ook elkaar.

 

Rumi is een mysticus en dichter uit de 13e eeuw. Hij was in zijn tijd de leider van de soefibeweging in Konya en stichtte de orde van de dansende derwisjen. Zijn gedichten bevatten veel filosofische teksten en worden veel genoemd. Alle Turken die ik spreek kennen hem: de meesten noemen hem: Mevlana "onze meester”.

 

Ik zocht een manier om deze tocht te documenteren en tegelijkertijd ook naar een manier om de mensen langs de route deelgenoot te maken van mijn wandeling. Een pelgrimage lijkt al gauw te gaan over het spirituele pad van de pelgrim en minder  over de ontmoeting met de ander of het land waar doorheen gelopen wordt. Daar was het mij wel om te doen. De citaten die ik mee breng slaan een brug tussen mij en de mensen die ik tref. De citaten zijn zorgvuldig door mij geselecteerd en door deze te delen neem ik mensen mee in de pelgrimage. Rumi is voor velen ook een bekende; vaak een geliefde wijze meester. Met onze interesse in Rumi hebben we gelijk al een gemeenschappelijke interesse, wat leidt tot een gesprek en verbinding. De teksten brengen een verdieping in de ontmoeting.

Roelant Meijer

Als je begint te lopen, verschijnt al gaande de weg.  - Rumi

Deze vrouw in het plaatsje Küre stelt zelf voor om een foto van haar en de groep oudere vrouwen te maken. Ze zitten naast elkaar, op een rij voor hun bejaardenhuis, ijsjes te eten en te genieten van het laatste restje zon van de dag. Ze denkt dat ik een Duitser ben, omdat er vorige week ook een Duitse familie is langsgelopen. Ze kiest dit citaat, maar er is niets waaruit blijkt dat ze van plan zou zijn om op te staan en op stap te gaan.

Het werk van Roelant Meijer bestaat uit wandelingen die hij verbeeldt met behulp van foto’s, teksten en ontwerp in conceptuele kunstenaarsuitgaven. De wandeling is een metafoor voor het leven. Leegte en stilte zijn terugkerende thema’s in het werk dat trage vragen aankaart.


Er zijn nog een paar boeken beschikbaar

Je hart kent de weg. Ren in die richting.  - Rumi


Necdet Bulguren, muhtar van Günüören Köyü, is op zijn land aan het werk en nodigt me uit om een glas water te drinken. Ik heb een pelgrimspaspoort bij me dat door officials langs de route gestempeld kan worden. Tijdens het gesprek kom ik erachter dat hij de muhtar is, dus vraag ik hem of hij iets in mijn Sufi Trail Paspoort kan schrijven. Normaal gesproken wordt die gestempeld. Maar hij heeft geen stempel bij de hand, dus zet hij zijn handtekening en voegt zijn telefoonnummer toe, zodat ik hem kan bereiken als ik onderweg hulp nodig heb. Het is een gelukkig toeval dat ik hem hier tref. Als ik hem op zijn kantoor had proberen te vinden, dan had ik hem juist gemist. Hij kiest zijn citaat blind uit mijn hand met kaartjes.

Hoe stiller je wordt, hoe meer je kunt horen.  - Rumi


Aysel is conciërge op het derwisjcomplex met een moskee, een Tekke, een gasten­kamer en een keuken, in Aslanbeyli. Ze woont in het aangrenzende dorp, en ontvangt alle bezoekers aan het complex met thee en snoepjes, zorgzaam gepresenteerd op een dienblad. Nadat ze haar kaart heeft gekozen en gelezen, besluit ze dat ze op de foto wil met het portret van Atatürk in haar kantoor.

De kunst van het weten is weten wat je moet negeren.  - Rumi


Veysi is aan het picknicken met zijn familie en de familie van zijn vrienden. Ze komen uit Eskişehir, voor mij nog 2 dagen lopen. Veysi is docent Turks, en we hebben een leuk gesprek in het Engels. Samen zoeken we naar het Engelse woord voor rood fruit, dat meestal in paren voorkomt. Ik maak het gebaar dat je ze aan je oren kunt hangen en zo vinden we het woord. En zo komen we erachter dat mensen in alle culturen kersen aan hun oren hangen.

Veysi vraagt me om zijn citaat te onder­tekenen en te dateren, omdat hij het wil bewaren. Van hem leer ik dat het gebruikelijker is om over Mevlana te spreken dan over Rumi, zoals ik doe. Mevlana is goddelijker. Voor de rest van de tocht pas ik me daaraan aan.

Niet degenen die dezelfde taal spreken maar degenen die dezelfde gevoelens delen begrijpen elkaar.  - Rumi


Nurtan bezoekt haar zoon Ali, die met zijn zoon schapen hoedt op 1800 meter hoogte. Ze komt samen met haar man en haar klein- kind Mehmet uit Brussel. Samen met nog twee anderen, waar ik niet van weet waar ze vandaan komen, hebben ze een auto gehuurd om Ali boven op de berg op te zoeken. Ze is een beetje te netjes gekleed voor dit modderige terrein, maar dat maakt haar niets uit. Ze stapt weer terug in haar oude routine en is blij om verse kruiden te verzamelen op de yayla (zomerweide). Ze maakt zich geen zorgen dat haar mooie schoenen nat worden. In eerste instantie nodigt Ali me uit voor thee, maar zij neemt al snel de leiding over. Ze pakt een gasstel uit de auto en begint water te koken en eten te serveren. Zo ontstaat er een picknick. De sfeer is gezellig en iedereen geniet van deze familiereünie. Dat ik naar Konya onderweg ben, is voor haar niet zo belangrijk. Ze is wel bereid om een kaartje te kiezen en op de foto te gaan. Voor haar is het plukken van kruiden en het weerzien van haar familie op de yayla het hoogtepunt van de dag. 

Je hebt meer liefde in je dan je ooit zou kunnen bevatten.  - Rumi

Lütfü, die in de gezondheidszorg werkt, pikt me op langs de weg naar Eskişehir. Het is al laat en ik kan geen goede plek vinden om te kamperen, hier in de open velden. Daarom had ik besloten een auto aan te houden. Het is de eerste auto die voorbij komt na een uur. Hij heeft  zijn zondag doorgebracht met zijn zoon en een vriend op zijn moes­tuin buiten de stad. Ik vertel over mijn voettocht. Het hele wandelplan valt buiten zijn voorstellingsvermogen. Hij zegt dat Turken zelfs de auto gebruiken om naar het toilet te gaan. Hij wil wel graag helpen, dus zet hij eerst zijn vriend af, brengt daarna zijn zoon thuis en rijdt met mij naar het centrum van de stad. Hij probeert een goedkoop hotel voor me te regelen door een vriend te bellen die Duits spreekt. Dat wordt allemaal veel te ingewikkeld. Ik stel daarom voor dat hij me gewoon hier in het centrum afzet. Dat is de beste oplossing. Dan kan hij ook op tijd thuis zijn. Ik kies dit citaat voor hem en hij is er mee in zijn nopjes.