Lege kamer 

Wat heb ik allemaal verloren in 2023: Werk. De verkiezingen. Vrienden die, gedwongen of vrijwillig, het leven verlieten. Ideeën over geweldloosheid. Klimaatoptimisme. Mijn for-ever-young-gevoel. Ben ik een somberaar? Nee, die kant gaat het niet op. Goed verliezen is een levenskunst. Het is kunnen leven met de leegte die ontstaan is. 

Kunnen we leegte nog eenvoudig verduren? Kunnen we (de ander/onszelf) even niet ‘hoop bieden’ en ‘eruit komen’? Kunnen we volstaan met de vraag of het te dragen is? Dat is lastig in een tijd van quick fixes, van maakbaarheid, een tijd waarin we ongeduldige oplossingen aangeprezen krijgen. Het is lastig in een tijd waarin lege schappen voorpaginanieuws zijn. Een tijd waarin Albert Hein het in zijn hoofd haalt om zelfs in deze eerste week van januari alweer op te roepen om te hamstereéééén. Ongemakkelijk; maar ook ongelofelijk hoe gemakkelijk dit er weer in glijdt. Leegte is zonde, is zinloos. 

Elke keuze in het leven betekent dat we talloze opties laten liggen. Leven is verliezen. FOMO, Fear Of Missing Out, is niet alleen een jongerenprobleem. We worden er dagelijks gek mee gemaakt door een op hol geslagen samenleving. Laten we het eens anders gaan doen in dit nieuwe jaar: Geen voornemens, geen wensen. De leegte toelaten, geen compensaties toestaan, zou misschien kunnen bijdragen aan een spirituele ontgifting. In 1882 laat de filosoof Nietzsche in fantastisch proza een ‘dolle mens’ op klaarlichte dag een lantaarn aansteken. Onophoudelijk schreeuwt hij de mensen op de markt toe: ‘Ik zoek God! Om vervolgens te constateren: ‘Wij hebben hem gedood! Hoe hebben we de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te vegen?.... Het heiligste en machtigste wat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen leeggebloed.’ Nietzsche was zijn tijd ver vooruit. Bijna anderhalve eeuw later dreunt dit beeld nog na en kunnen we enigszins navoelen hoe hij een van de grootste verlieservaringen van de moderne tijd onder woorden brengt. 

In mijn eigen leven voelt dit verlies als een lege kamer. Het is alsof ik een lege kamer vrij houd voor iemand die vertrokken is en waarvan ik geen levensteken meer ontvangen heb. Zoals je bij een dierbare overledene de kamer of de kledingkast onaangeroerd laat. Het wordt er steeds stiller. De voorwerpen in die kamer verdwijnen uit het dagelijks gebruik. Ze worden symbolen van een rijk verleden. Is het een gebrekkige rouwverwerking? Word je überhaupt ongeschonden spiritueel volwassen? 

Veel mensen die ik spreek hebben zo’n lege kamer. Soms is het een museum met een krachteloze symboliek. ‘We doen er niets meer aan,’ zeiden de kinderen tegen mij bij een uitvaart, niet wetend hoe ze de symbolen uit het verleden van hun moeder konden integreren in hun eigen levensverhaal. Kan het ook anders? Kan zo’n kamer ook een creatieve bron worden? Als ritueelbegeleider, misschien wel meer als supervisor, hield ik van ‘lege kamers’. Welk voorwerp uit die kamer neem je mee in het gesprek? Is het een museumstuk of verdient het opnieuw ‘geladen’ te worden? Is het misschien besmet geraakt met pijn en boosheid? Hoe neem je hier afscheid van? En welke nieuwe symbolen dienen zich aan? Welk ritueel is nodig om een oud of nieuw symbool weer echt een plaats in jouw kamer te geven? Hoe kun je je symbolische landschap zo inrichten dat je hier weer positieve steun van ontvangt? 

Maar voorwaarde bij dit alles is de leegte. Het beest in de bek kijken. Dan kan de kamer zelf transformeren. Het wordt die plek in je, een symbool van ‘de stille stem’. Het is je innerlijke ruimte. Het staat voor je open niet-wetende levenshouding. Boeddhisten kennen de wijze uitspraak: If you meet the Buddha…kill him! Ze zijn nog radicaler dan Nietzsche. Leegte is beter dan een afgod. 

Rien van der Zeijden, Ritueelbegeleider/Theoloog (retired)