(Een bijzonder en speciaal interview,  op zijn verzoek, met Jan Terlouw en met toestemming overgenomen van The Optimist)

Formatie op basis van wat verbindt


De formatie van een nieuw kabinet wil nog niet vlotten. Bezwaren over onrechtstatelijke ideeën, onenigheid over de overheidsfinanciën en de persoonlijke verhoudingen staan op scherp. NSC trok zich recentelijk terug uit de onderhandelingen. Of er een plan B is weten we niet. We vroegen oud-vicepremier Jan Terlouw naar zijn mening. Hij suggereerde een plan C waarmee de klus binnen een week geklaard kan zijn.


Jan Terlouw zat tussen 1971 en 1982 in de Haagse politiek. Eerst als Kamerlid en fractievoorzitter van D66 en later als vicepremier en minister van Economische Zaken. Met veel belangstelling kijkt hij naar het huidige formatieproces. Hij is er bekend mee: zelf formeerde hij in aanloop naar de kabinetten van Agt II en III waar de verhoudingen tussen de verschillende partijen ook op scherp stonden. Hij betwijfelt of het de PVV zal lukken om een coalitie te vormen. Als hij formateur zou zijn en een tweede poging mocht doen, zou hij voor een brede coalitie gaan die focust op verbinding in plaats van op verschillen.


Tien verschillende ideologieën?

Terlouw stelt voor om alle fracties exclusief de ‘onrechtstatelijke of uitsluitende partijen’ en de VVD uit te nodigen om de overeenkomsten op te zoeken. ‘Je komt dan op tien partijen uit. Ik geloof er niets van dat al die tien partijen allemaal verschillende ideologieën hebben.’ Volgens Terlouw moeten er dus veel overeenkomsten te vinden zijn. ‘Ik zou niet vragen naar de verschillen en hoe we dat oplossen. Maar naar de overeenkomsten en wat we daar mee kunnen.’ Hij stelt voor om te streven naar een Nederland waar al die tien partijen achter kunnen staan. Dat beeld van Nederland moet tot stand komen door alles wat de partijen bespreken te toetsen aan hun gemeenschappelijke waarden. Terlouw doet een suggestie waarbij vrijheid en broederschap centraal staan. Voeg daar conform de Franse leus gelijkheid aan toe om het plaatje compleet te maken.


Vrijheid, gelijkheid en broederschap

‘Ik zou een motto voorstellen: “vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn gelijken van elkaar, ze zijn dus even belangrijk.” Ik denk dat die tien partijen het daarover eens zullen zijn.’ Met dat motto wil Terlouw een Nederland vormgeven dat gebaseerd is op een gelijke relatie tussen die drie begrippen. Alle maatschappelijke problemen zou hij met die visie aanvliegen.


In onze huidige samenleving is vrijheid volgens Terlouw vele malen belangrijker dan gelijkheid en broederschap. ‘Voor gelijkheid doen we nog ons best, maar broederschap is altijd het kind van de rekening geweest.’ Daar moet volgens hem verandering in komen. ‘Het idee bij vrijheid, dat je lekker kunt doen wat je wilt, is echt onzin. Vrijheid betekent op een democratische manier met elkaar afspreken waar de grenzen liggen. Vrijheid mag nooit ten koste gaan van de vrijheid van een ander.’


De oud-politicus benadrukt dat het bereiken van overeenstemming over dat motto de belangrijkste eerste stap is. ‘In deze formatie moet je niet zoeken naar concrete oplossingen, daar heb je nu juist een kabinet voor. De formerende partijen leggen alle kwesties langs de meetlat van het gemeenschappelijke motto.’ De maatschappelijke problemen waar we vandaag de dag mee worstelen zijn volgens hem niet individueel op te lossen. Het moet in samenspraak gebeuren en hij ziet dit als de taak van de ministers. Neem bijvoorbeeld de problematiek van de landbouw en de woningmarkt. Het bouwen van woningen stoot stikstof uit en de bio-industrie ook. Volgens Terlouw moet een kabinet in samenspraak kijken naar een holistische aanpak van al die problemen. Zo kun je ook migratie en de tekorten in de zorg en het onderwijs niet los van elkaar zien. ‘In een formatie ben je geneigd om per probleem naar de oplossing te kijken, maar dat werkt gewoon niet meer.’


Vertrouwen terugwinnen

Dan is het tot slot belangrijk om nog het een en ander op te helderen. Terlouw ziet een formatie op deze manier alleen zitten met tien partijen. ‘De VVD heeft zelf gezegd toe te zijn aan de oppositie, dat lijkt mij na al die jaren regeren verstandig. De PVV heeft een kans gekregen en partijen die mensen uitsluiten kunnen zich niet achter het genoemde motto scharen.’ Dan kom je uit op tien partijen die samen goed zijn voor 82 zetels in de Tweede Kamer en 52 in de Eerste Kamer. ‘Een ruime centrum-linkse meerderheid dus.’ Hij hoopt dat die tien partijen zich kunnen bewijzen aan de mensen die zich de afgelopen jaren niet gehoord hebben gevoeld. ‘Zo’n kabinet kan wel degelijk tegemoet komen aan bepaalde punten van de PVV, zoals het tegengaan van marktwerking in de zorg.’

Mede daarom vindt hij het belangrijk dat de informateur c.q. formateur elke dag de pers te woord staat om verslag te doen van wat er exact besproken is. ‘Daar hebben de mensen recht op. Dat is wel enkel en alleen aan de informateur: ik ben bang dat de pers anders op zoek zal gaan naar de verschillen en die uit zal willen vergroten.’


Revolutionair

Als formatie inderdaad binnen een week lukt zou dat revolutionair zijn, maar Terlouw is ervan overtuigd dat het kan. ‘Ik heb in 1977 natuurlijk ook maanden zitten onderhandelen. Er was destijds sprake van ononderhandelbare strijdpunten, bovendien waren de onderlinge relaties niet best. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Maar er is een meerderheid die het kan oplossen.’ Terlouw zag met eigen ogen wat die focus op de onderlinge verschillen deed en roept daarom op tot verbinding. ‘Je kunt pas over je schaduw heen springen als de zon schijnt; door het verleden en je ego opzij te zetten en het gemeenschappelijke als uitgangspunt te nemen, lukt dat.’ Hij hoopt dat ook de samenleving zal zoeken naar wat mensen verbindt. ‘Als politicus dien je een goed voorbeeld te geven en hoor je juist op te roepen tot solidariteit en broederschap.’


Wat als Den Haag morgen belt en hem vraagt om zijn idee ten uitvoer te brengen? ‘Ik wil me niet als formateur opwerpen, er zijn genoeg anderen die het zouden kunnen.’ En met een glimlach: ‘Maar ik zou het moeilijk vinden om “nee” te zeggen. En één ding is wel zeker: de vergaderingen zouden in dat geval niet lang duren.’

 

Job Koskamp & Brian de Mello, redacteur en uitgever bij The Optimist