(foto: Mike Bird)

De motor van het leven


De Tsjechische psychiater Stanislav Grof, één van de wegbereiders van de Transpersoonlijke psychologie, is vooral bekend geworden met zijn model waarin hij het psychisch ontwaken van mensen in vier fasen vatte. Het komt er in het kort op neer dat je net als bij een geboorte, kunt kijken naar hoe jij antwoord geeft op je leven. 


In de eerste fase lijkt het alsof je in de baarmoeder wel weet hebt van jezelf en de wereld om je heen, maar dat je er nog veilig bij ligt. 


In de tweede fase kun je spreken van weeën, er staat iets te gebeuren, gevoelens worden heftiger, en de pijn maakt dat je in beweging komt. 


In de derde fase is er een geboorte, het is stormachtig, je wilt er zijn. 


De vierde fase tenslotte is wat je kunt noemen de transformatie. Van veilig in de baarmoeder in totale kwetsbaarheid, tot aanwezigheid in de wereld. 


Psychiater Grof zag deze natuurlijke beweging bij mensen in zijn praktijk die in elke fase óf een drempel konden nemen naar de volgende fase, óf bleven hangen. Angst zorgde ervoor dat mensen niet ‘geboren’ wilde worden. Sommigen bleven liever veilig in de baarmoeder, anderen voelde wel de pijn van de weeën, maar verkozen liever de pijn dan de bevrijding van de geboorte. 


In therapeutische zin zal een professional een cliënt proberen te confronteren, te verleiden om die drempels te nemen. Hem of haar via een natuurlijke beweging, door de eigen wil te gebruiken, naar ‘geboorte’ toe te laten werken. In de praktijk is het dus belangrijk dat je je eigen vraag ontdekt. Zonder die specifieke vraag die een betekenisvol leven aan je stelt, zou het zomaar eens kunnen gebeuren dat je antwoorden geeft op de verkeerde vragen, of vragen die niet voor jou bedoeld zijn. In alle gevallen leef je onvoldoende naar je mogelijkheden. De meeste mensen kiezen voor de veiligheid van wat ze kennen in plaats van het bevrijdende en persoonlijke van het onbekende, maar betekenisvolle leven. 


In het erkennen van wat je weet over wie je bent, is het antwoord geven op de aan jou specifiek gestelde vraag in het leven misschien wel de meest lastige zoektocht. Waar geef ik antwoord op? 


Het vinden van een antwoord is echter geen logisch van A naar B verhaal. Het betekent vaak dat je eerst moet luisteren en soms onbekende wegen moet inslaan. Soms kom je het antwoord op een plek tegen waar je het niet had verwacht. Heb je de moed om buiten de lijntjes te gaan, te onderzoeken, jezelf de kans te geven iets nieuws te ontdekken? 


Je kent misschien het begrip ‘serendipity’ wel. Het woord komt van een sprookje dat gaat over de drie prinsen van Serendip (het Perzische woord voor Sri Lanka). Deze prinsen kregen een onmogelijke opdracht om een toverformule tegen draken te vinden. De prinsen komen overal en doen de meest fantastische dingen, maar komen natuurlijk niet terug met die toverformule. 


Van het een kwam namelijk het ander. Oorzaak met een ander gevolg. Vraag met een totaal ander antwoord. Zo heeft de werking van serendipiteit er voor gezorgd dat we penicilline kregen en post-it’s, beiden per ‘ongeluk’ bedacht. Het antwoord en de vraag kunnen dus wel eens op een niet voor de hand liggende manier met elkaar verbonden zijn. 


Carl Jung ontdekte dit en noemde het synchroniciteit: twee dingen die op het eerste gezicht niet met elkaar verbonden zijn, maar het bij beter bezien wel zijn. Daarmee laat Jung zien dat er een groter verband is, ook tussen vraag en antwoord en het vinden daarvan. 


Iemand die daar veel over geschreven heeft, is Joseph Jaworski, al eerder aangehaald, die zelfs een boek heeft geschreven over dit fenomeen: ‘Synchroniciteit, de innerlijke weg naar leiderschap’. Op de zoektocht naar zijn eigen antwoord, is de natuur voor hem een belangrijk lichtbaken. Een lange retraite in de wildernis van Amerika brengt hem bij een bijzondere ontmoeting met walvissen aan de kust bij California. ‘Ik denk dat dit de essentie was van wat ik op mijn reis naar Baja California heb ontdekt. We moeten eerst leren om met ons hart te zien voordat we het geheel kunnen zien. Ik denk dat ik de waarheid van deze woorden nog nooit eerder zo krachtig heb ervaren.’ 


Jaworski vertelt in zijn boek dat de wereld een open systeem is en dat relaties daarin een belangrijke rol spelen. In het zoeken naar een antwoord op die vraag die jou zo bezighoudt, heb je dus juist andere mensen nodig. Bij hen zul je onverwachte steun vinden, en soms is jouw vraag voor die ander weer een antwoord. Zo is de hele wereld een samenhangend systeem en het antwoord wordt allereerst gevonden door met het hart te zien. 


‘Het is net alsof de waargenomen scheiding tussen mensen onderling en tussen mensen en andere levensvormen het bindmiddel is dat ons huidige verhaal bijeenhoudt. Wat wij moeten doen is uitzoeken hoe we ons uit dit tragische verhaal kunnen worstelen.’ –Joseph Jaworski– 


Het verzoek ‘Mens, wees jezelf’ vraagt je soms een lange weg te gaan. Overigens betekent het woord ‘ontwikkelen’ in dit verband eigenlijk ‘afwikkelen’. We hebben soms een leven lang nodig om ons af te wikkelen tot de kern, tot wie we als mens zijn. Dat afwikkelen heeft dan vooral te maken met loslaten, afleggen. Tot we uit die grot komen en in het volle daglicht gaan staan. 


De psychiater James Hillman beschrijft in zijn boek ‘De code van de ziel’ hoe we de kern van ons mens-zijn kunnen ontdekken. Voorin het boek staat een citaat van Pablo Picasso: ‘Ik ontwikkel me niet, ik ben.’ In het kort gezegd, schrijft James Hillman dat we in essentie al ‘zijn’ en dat we dat kunnen ontdekken. Daarbij gaat hij uit van wat hij een ‘eikenvruchttheorie’ noemt. De simpele eikel die je in je handen hebt – en in de grond steekt – is al die enorme eikenboom. In essentie is de mens – zijn wij, ben jij – al die mens die tot grote dingen in staat is. 


Ja, er valt van alles bij te leren, en soms moet je vooral heel veel afleren, maar het is er allemaal. Hillman schrijft daarover: ‘Het menselijk leven is rijker dan onze theorieën erover doen vermoeden. Vroeg of laat lijkt het of iets ons oproept een specifiek pad in te slaan. We kunnen ons dat ‘iets’ herinneren als een kortstondig signaal uit de kindertijd, toen een fascinerende impuls vanuit het niets, een bepaalde omslag van de gebeurtenissen, ons trof als een aankondiging: dit is wat ik moet doen, dit is wat ik moet hebben. Dit is degene die ik ben.’ 


Je zou de existentiële frustratie kunnen zien bij iemand die diep van binnen weet heeft van zijn of haar bestaan, maar die bij het erkennen daarvan frustraties oploopt. Dat kan de angst zijn om dat toe te geven aan jezelf. Het kan de angst zijn om kwetsbaar te worden in het licht. Het kan de diepe angst zijn om die eikenboom te worden – denk aan de theorie van de eikenvrucht van James Hillman. Wie je ten diepste bent kan je dusdanig afschrikken dat je liever veilig in die grot blijft om vandaar uit het leven tegen een achterwand te bekijken.


Al voordat hij gedeporteerd werd naar een kamp had hij als psychiater veel onderzoek gedaan naar mensen die suïcidaal waren. Wat bewoog hen, en hoe kon hij hen helpen om de zin van leven weer terug te vinden? Toen hij in het eerste kamp aankwam, had hij de eerste versie van zijn boek verstopt in zijn kleding bij zich. Resultaat van zoveel jaar onderzoek en nadenken. Daar, op die drempel van de menselijke hel, moest hij dat levenswerk echter afgeven en werd het weggegooid. Maar juist doordat dit gebeurde heeft Victor Frankl al die jaren gewerkt aan een nieuwe versie. Hij had iets om voor te leven. Het werd zijn wil-tot-betekenis zoals hij dat beschrijft in zijn boek. 


‘Een drastische verandering in onze houding tegenover het leven was dringend noodzakelijk. Wij moesten eerst onszelf en vervolgens de wanhopigen onder ons leren, dat het er niet zozeer toe doet wat wij van het leven verwachten, dan wel wat het leven van ons verwacht. (...) Leven betekent feitelijk verantwoording nemen om de juiste oplossingen te vinden voor onze levensproblemen en om de taken te vervullen waarvoor het leven ieder mens voortdurend stelt.’ 


Die wil-tot-betekenis is vooral iets dat we moeten ontdekken en het vraagt om een actieve houding. Daarbij gaat het niet om de zelf-expressie van een persoon. Viktor Frankl schrijft daarover: ‘Wij moeten ons wachten voor de tendens, waarden uitsluitend te beschouwen in termen van zelfexpressie van de mens. Want logos, of ‘betekenis’, is meer dan oprijzen uit het bestaan, het is veeleer een confrontatie met het bestaan.’ 


Vrij vertaald kun je Victor Frankl lezen en begrijpen als iemand die aan een mens niet vraagt om zich kenbaar te maken omdat het zo goed is voor hem of haarzelf, maar zich kenbaar te maken omdat het leven dat vraagt. Het is een wil-tot-betekenis, waarbij de wil niet alleen in de handen van de mens zelf ligt. Het leven wil dat ook, zeg maar. Daarbij is frustratie – ‘het lukt niet, ik luk niet’ – een belangrijke motor om de wil aan te laten ‘slaan’. Het is de contactsleutel van de auto. Om in dat licht te gaan staan, is er soms een existentiële crisis nodig. 


Victor Frankl schrijft dat die crisis of frustratie voortkomt uit: 

1. Frustratie met het bestaan zelf 

2. Frustratie met de betekenis of de zin van het bestaan 

3. Frustratie met streven naar een concrete betekenis in het individuele bestaan, ofwel de wil tot betekenis.


De essentie van ons bestaan – en dat is ook waar Victor Frankl op duidt – is een balans te vinden in je leven. ‘Ieder mens wordt door het leven ondervraagd en hij kan zich slechts verantwoorden tegenover het leven, door zijn eigen leven te verantwoorden. Hij kan slechts gehoor geven aan het leven door verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen leven. Daarom beschouwt de logotherapie verantwoordelijkheid als de kern, de essentie van het menselijk bestaan.’


Zoeken naar onze betekenis en de wil-tot-betekenis geeft ons richting vanuit verleden naar het heden en vandaar uit naar onze toekomst, bepalend voor wie we zijn. En willen zijn. Stel je leven eens voor als een lijn. We kunnen op die lijn belangrijke momenten tekenen. Soms moet je ver terug gaan in het verleden. Soms zijn die belangrijke momenten veel dichterbij, in het heden. Kun je ook belangrijke momenten aantekenen in de toekomst? Nee, natuurlijk niet, want de toekomst is er nog niet. Toch? Die belangrijke momenten in jouw leven noemen we ankerpunten. Het zijn gesprekken geweest die belangrijk waren. Of gesprekken die achteraf belangrijk bleken. Het zijn de afslagen op je pad geweest die op dat moment nog niet genoeg konden aangeven hoe belangrijk ze zouden worden. Beslissingen die je intuïtief nam en die de juiste beslissingen bleken te zijn. Ontmoetingen. Kwartjes die daar vielen in je denken over zaken waardoor het licht in je hoofd aanging. 


Die ankerpunten zijn ontzettend waardevol, koester ze. Ook als ze niet zo prettig waren, want in hun moeizaamheid gaven ze daar wel richting, kon je aanspraak maken op de liefde van mensen om je heen. Het zijn die momenten waarop je kon leren over jezelf. Die uren van wanhoop toen je ‘rock bottom’ was, leerden dat er toch een net was waarin je werd opgevangen. Je ontdekte je kracht. Je wist je een weg. Die lijn is jouw levensdraad. Vaak kun je langs die draad het verleden terug vinden. 


Zoals Ariadne aan de held Theseus een draad meegaf het doolhof in. Zo kon hij uiteindelijk, na eerst de Minotaurus te hebben verslagen midden in dat doolhof, de weg terugvinden. Je verleden lijkt ook vaak op een doolhof, sommige wegen lijken dood te lopen, je kunt verdwaald raken. Een draad is hard nodig. Maar Ariadne gaf die draad aan Theseus mee onder één voorwaarde, namelijk dat hij met haar zou trouwen als terug zou komen. Theseus verslaat het monster, was het zijn monster?, en keert terug, maar laat Ariadne in de steek. Ook dat zal een ankerpunt blijken, zowel in het leven van Ariadne als in het leven van Theseus. 


Je ankerpunten die je vindt in je verleden, zijn ook de bakens voor je heden. De lessen die je daar niet leerde, kun je in het heden alsnog leren. De momenten van onmacht, van teleurstelling, van afgewezen worden, kun je in het heden ombuigen, verwerken en gebruiken om dichter bij jezelf te komen. De momenten van grote vreugde, vrede en geluk in je verleden, zullen in het heden de bakens blijken die je helpen om je weg te vervolgen. Alles wat je in het verleden kreeg – inclusief karakter, genen, je DNA, nurture – zijn de kiezelstenen die je nodig hebt om weer thuis te komen. Zoals Kleinduimpje dat na de eerste les met de broodkruimels ook wist. Die kiezelstenen worden jouw pad. 


Het verleden met alle gebeurtenissen en het heden met al zijn mogelijkheden, worden de richtingwijzers voor je toekomst. Want er is maar één weg die we gaan en dat is vooruit. Niet alleen in de tijd, we worden ten slotte wel ouder, maar ook in onze ontwikkeling als mens. Als mens die vanuit betekenis wil leven en handelen. De toekomst wordt bepaald door het goede dat we als mens willen en waar we ook toe in staat zijn. 


Ron van Es, hoofdredacteur OMO


Aanbevolen om ook te lezen/luisteren

Lisette Thooft - Je hart is geen pomp, maar wat dan wel?

Janine Schimmelpennick - Strong Back Soft Front

Podcast - Het Innerlijk Behang